(7) Onvergetelijk Ethiopië, met recht de trots van Afrika

Ethiopie
Een heel bijzondere, onvergetelijke reis samenvatten in een blog. Het is bijna onmogelijk. Door mijn hoofd gaan de beelden van een paar dagen Ethiopië, maar ook van de voorbereiding op deze reis. Bij het zien van de vijfdaagse Addis in mijn rooster denk ik gelijk aan mijn oom en tante die een bijzondere band met het land hebben. Ik pak de telefoon en vertel mijn oom van de reis en vraag of hij met me mee wil. Geen vrijmarkt in Amsterdam voor hem dit jaar op 30 april, want hij gaat graag mee naar Ethiopië!

Op zaterdagochtend rijden we met volgeladen auto richting Schiphol. Naast onze eigen bagage hebben we nog veel ander spul mee. Er ligt er een houten kistje op de achterbank met daarin een baby weegschaal, die nodig is in een kindertehuis. Ook staat er een prachtige kinderrolstoel in de auto, bestemd voor een ander tehuis. Hier bovenop, tussenin en onder zitten een paar grote tassen vol kinderkleding, handgemaakte knuffels, ballonnen, kleurboeken, potloden en snoepjes gepropt. Via Stichting Afrika en Wings of Support weten we dat deze spullen hard nodig zijn in Ethiopië. In de tijd dat we de auto leegpakken heeft de regen mijn uniform donkerblauw gekleurd en met het doorweekte uniform en uitgelopen mascara meld ik de twee koffers en rolstoel bij de bagageafdeling. Ze zijn wel gewend aan collega´s die extra spullen meenemen naar ontwikkelingslanden, maar een rolstoel is ze onbekend. Een beetje onhandig wordt de rolstoel bij de douane aan een controle onderworpen, het ding gaat op de kop, de voetensteun wordt heen en weer bewogen en er wordt aan het wiel gedraaid. “Het is goed hoor, mevrouw.” Ik klets nog even met de collega’s die de bagage straks naar het vliegtuig brengen, en leg ze uit waarom ik zo veel mee heb. Om ze te bedanken heb ik wat lekkers voor ze meegenomen en na een paar “dat is toch niet nodig” laat ik alle spullen achter om mezelf even op te frissen in het toilet.

Erwin is inmiddels ingecheckt en al richting de gate, terwijl ik in de briefing kennis maak met mijn collega´s en alle vluchtdetails met ze doorneem. Ik hoor ook dat dat de captain zijn vrouw en kinderen mee heeft, de copiloot zijn vriendin en een andere stewardess haar man. Populair reisje om iemand IPB* mee te nemen! Dan mogen we zelf ook richting de gate en even later komen de ruim 200 passagiers het vliegtuig, de A330, binnen. Door de drukte ontgaat het me dat Erwin al aan boord is. Hij zit toevallig in mijn werkgebied en heeft al snel kennis gemaakt met de passagier die naast hem zit. Ze kletsen en lachen er wat af samen! De vlucht vertrekt iets te laat en we hebben in het begin behoorlijke turbulentie, maar verder is het een goede vlucht zonder bijzonderheden.

(*IPB=Indien Plaats Beschikbaar, speciale tickets voor familie en vrienden)

En daar zijn we dan…
In Ethiopië aangekomen is het al half tien ´s avonds en om bij de crewbus te komen lopen we over het parkeerterrein waar zwermen met mensen wachten op hun dierbaren. En het gekke is, er heerst een bijna serene rust op het terrein. Geen ronkende auto’s, claxons, of schreeuwende mensen. Iedereen staat op straat maar desondanks hoor je alleen wat lichte geluiden van de grote straat achter het parkeerterrein. Eenmaal in het hotel worden we opgewacht door Barack, een Ethiopische jongen van mijn leeftijd. Hij werkt voor een touroperator en organiseert wekelijks tripjes voor crew. Ik herinner me hem nog van de vorige keer dat ik hier was, hij organiseert o.a. meerdaagse trips naar Awassa maar ook dagtourtjes in en rondom Addis Abeba. Erwin en ik hebben allerlei plannen maar nog niets vastgelegd en een tripje met Barack om wat meer van Ethiopië te zien lijkt ons wel wat. Er haken nog meer collega’s aan en uiteindelijk zijn we met acht man van plan om zondag richting de Portugese Brug te gaan. “What time?” vraagt Barack. Tja, wat is gebruikelijk? “Eight, nine, ten, eleven o’clock? Doe dan maar tien uur.

Neef, broer, man, nee… Oom.
Hup, gauw alle bagage naar boven, opfrissen en even de hotelbar in. Hier moeten we eerst nog wat collega´s uitleggen wat nou de relatie tussen Erwin en mij is, terwijl ik al een paar keer het woord oom heb laten vallen. Het blijft niet goed hangen, waarschijnlijk omdat je bij een oom iemand van middelbare leeftijd, grijs haar of een snor verwacht. Erwin past niet in dat plaatje en is de 40 nog maar net gepasseerd, er wordt dan ook wel eens gedacht dat we neef/nicht, broer/zus of zelfs man/vrouw zijn.  Het is erg gezellig maar na al bijna 20 uur wakker te zijn duurt het niet heel lang voor mijn lichtjes uitgaan…

Hoge sferen
Die nacht word ik een paar keer wakker van de drukte in mijn hoofd en rare dromen, veroorzaakt door de hoge ligging van de stad (2500meter). Na een nacht vol dromerige uitstapjes kan ik ’s ochtends wel een kopje koffie gebruiken. Aan het ontbijt vergeet ik even dat de koffie in Ethiopië bijzonder geschikt is voor een goede kickstart. Nadat ik een scheutje melk in mijn koffie heb gedaan neem ik een heerlijke slok koffie… Mijn smaakpapillen staan op scherp en mijn ogen wijd open. Ethiopische koffie! Proest..! Ik ben wakker. Klaarwakker. Ready voor een rondje rennen over de Entotoberg, of tig rondjes in het zwembad. Maar dat kan niet want we gaan richting de Portugese Brug en dus wordt het een 100 km in een busje zitten. Onderweg moeten we ergens stil gaan staan en voordat we het weten staan er een paar politiemannen naast de auto. Ze laten op een laserapparaat zien dat we 78 km/uur reden waar 70 toegestaan is. De boete: 120 birr, zo’n 5 euro die gelijk afgerekend moet worden en dus zitten we al snel weer op de weg. De weg is overigens prima, het asfalt is goed maar toch moeten we af en toe een noodstop maken. Voor een koe of ezel, die midden op de weg stil staat of dreigt over te steken.

Er staat ons voordat we bij de Portugese Brug zijn nog een lekkere wandeling te wachten. Via een pad dalen we een stukje af en even later zien we een stukje van de brug. Joseph, onze gids en de broer van Barack, vertelt dat hier in het regenseizoen enorme watervallen zijn. Het enige water dat ik zie is een kleine natural pool, maar na een uitleg kan ik me voorstellen hoe hier de watervallen langs de rotsen kletteren. Doordat het nu droog is kunnen we ook onder de brug doorlopen en genieten van een prachtig uitzicht over de vallei. Na de wandeling staat er een heerlijk lokaal biertje op ons te wachten en als iedereen er klaar voor is stappen we het busje weer in. Onderweg stoppen we nog bij een boerderij en horen en zien we hoe hier een paar gezinnen samen leven en zichzelf onderhouden. Ze zijn arm, maar ze kunnen zichzelf onderhouden met een simpele maaltijd. De kids willen allemaal op foto en dan vooral om zichzelf terug te kunnen zien. Op de boerderij zijn geen ruiten van glas of spiegels te vinden en dus zien ze mensen zichzelf hier weinig.  Ze zetten hun mooiste glimlach op en poseren als echte supermodellen, en daarna bekijken zichzelf al giechelend op het kleine scherm op onze camera’s.

Tegenstrijdigheid
Na een vermoeiende eerste dag besluiten we om met de crew wat in het hotel te gaan eten. Terwijl we ons eten bestellen horen we dat de fonteinen in de hoteltuin hun show vertonen en Erwin en ik besluiten even een kijkje te gaan nemen. Het hotel blijkt een prima plek voor een chique bruiloft, iedere dag lopen en bruidsmeisjes in mooie jurken het hotel in en uit en zien we vele prachtige bruidsparen voorbij komen. Bij de fonteinen verzamelen de bruidsparen en gasten zich om een bijzonder moment vast te leggen. Kijkend naar alle mooie mensen, de prachtige jurken en de vele luxe bloemstukken die de tuin sieren zou je bijna vergeten dat je hier in een land bent waar bijna de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft.

Dat het land ook zeker een andere kant kent blijkt wel als we maandag een kindertehuis bezoeken. Dit kindertehuis biedt onderdak aan kinderen die in Ethiopië weinig kans hebben op een toekomst, doordat ze wees zijn of omdat ouders door armoede niet voor ze kunnen zorgen. Deze kinderen zullen worden geadopteerd door adoptieouders in bijvoorbeeld Nederland (via Stichting Afrika) of Denemarken. De weegschaal wordt dankbaar in ontvangst genomen en ook de meegebrachte kleding is zeer welkom. We mogen een kijkje nemen in de ‘babykamer’ waar de allerkleinsten liggen te slapen, kirren, lachen en huilen in hun wiegjes. Aangezien ze me toch niet verstaan brabbel ik wat in het Nederlands tegen de kleine schatjes die hopelijk heel snel een goede toekomst staat te wachten. Een laatste aai over een wangetje en een stille wens dat ze goed terecht zullen komen, en dan nog even langs de dame die dit prachtige tehuis opgericht heeft.

Naast wat praktische dingen hebben we ook knuffels, ballonnen en heerlijk zoetgeurende spekkies meegenomen waarmee de (iets oudere) kinderen van het tehuis wel raad weten. Er wordt gegild, gegiecheld en kleurrijke ballonnen vliegen door de lucht. En dan is het weer tijd om te gaan.

Meal tickets via HOPE Enterprises
Die middag lopen we nog even over een marktje in Addis, een paar kleine straatjes vol kraampjes met houtsnijwerk, kunst, katoenen lappen, koffiekannen, sieraden en andere souvenirs. In Addis is overigens ook de grootste openlucht markt van heel Afrika te vinden, de Mercato market, maar we hebben niet zo veel zin in een grote drukke markt. Met een klein tasje met twee houten kistjes verlaten we de markt weer en als we teruglopen naar het hotel delen we voedselbonnen uit die we eerder die dag kochten bij HOPE Enterprises. We werden hierop gewezen door de contactpersoon van het kindertehuis, want lopend door de straten van Addis zie je heel wat bedelaars. Geld geven is goed bedoeld, maar vaak wordt het besteed aan iets anders dan voedsel. Met de bonnen kan je helpen zonder sociale problemen te veroorzaken, en voor nog geen 10 cent geef je een arme bedelaar een voedzame maaltijd in het HOPE Enterprises voedingscentrum. Dat ze gewenst zijn blijkt uit de drukte die zich al snel om ons heen verzamelt…

Trots van Afrika
Het is mijn tweede keer in Ethiopië en wederom spreekt de vriendelijkheid boekdelen…

In een willekeurige straat zie je mannen met elkaar praten en lachen, en als iemand voor je langsloopt verschijnt er een vriendelijke glimlach. De meeste Ethiopiërs leven in armoede maar aan hun houding is dat niet af te zien. Ook voelen we ons op straat veilig, ik heb niet het idee dat iemand me wat wil aandoen. Waar deze bijzondere houding vandaan komt…? Naar eigen zeggen komt het doordat Ethiopië nooit haar onafhankelijkheid heeft verloren en daarom wordt het land ook wel de ‘Trots van Afrika’ genoemd. Daarnaast geloven ze in God en daardoor zal de gemiddelde Ethiopiër geen slechte dingen doen… Ik zeg ´gemiddeld´ want het blijft een arm land en daardoor moet je altijd voorzichtig zijn op straat, maar wij hebben het deze paar dagen in ieder geval als bijzonder prettig en veilig ervaren. We sluiten de dag af bij een leuk restaurant genaamd Antica, waar we wel een maaltijd kunnen gebruiken na een spannende rit in de taxi. Terwijl we met moeite het raam openkrijgen (met de losse slinger die we in onze hand gedrukt krijgen), blijkt de deur nogal losjes dicht te zitten en gaat in plaats van het raam gewoon de hele deur open. Nu denk je, laat maar zitten dat raam maar op de achterbank werden we vergast doordat de uitlaatgassen rechtstreeks weer naar binnen uitgestoten werden, dus een beetje frisse lucht was wel nodig.

De laatste dag
Om van deze blog geen heel boekwerk te maken zal ik in het kort nog wat schrijven over Alemachen, een tehuis waar kinderen tijdelijk opgevangen worden omdat ze een medische operatie moeten ondergaan die ze zelf niet kunnen betalen. Hier brachten we de rolstoel naartoe, en eveneens kleding, ballonnen en dezelfde mierzoete spekkies!  We werden bij het hotel opgehaald door twee Nederlandse vrouwen die het tehuis draaiende houden, samen met Ethiopisch personeel en een aantal vrijwilligers. We horen met welke aandoening sommige kinderen zijn binnengekomen en zien ze nu lopen, al dan niet met een looprek of krukken. Ik ben hier vorig jaar ook op bezoek geweest en herken twee kinderen die er de vorige keer ook al waren, toen nog in een rolstoel en nu rennen ze achter de ballonnen aan. Heel bijzonder! Van een van de dames krijgen we na ons bezoek nog een rondleiding over de Entoto berg, waar we genieten van prachtige uitzichten en geurende Eucalyptus. Heel erg de moeite waard tijdens een bezoekje aan Addis! Terwijl we weer richting het hotel gaan vraag ik me af of er nog ergens een sanitaire stop gemaakt kan worden… Het antwoord dat ik krijg is dat er in Ethiopië genoeg bomen zijn om achter te plassen maar dat er te veel mensen in het land wonen om ook maar ergens beschut te kunnen zitten. Nu weet ik niet of het nog gepast is om te vragen of we ergens kunnen stoppen en dus besluit ik maar te wachten totdat we weer in het hotel zijn.

Terwijl de dagen in Ethiopië zo vreselijk snel voorbij zijn gevlogen lijkt het wel alsof er aan deze blog geen einde komt! Voordat ik een heel boekwerk bij elkaar schrijf lijkt het me de hoogste tijd om af te gaan ronden… Ik heb Addis vanavond nog eens fijn mogen herbeleven en hoop er gauw nog eens te komen!

Advertenties

(5) Hartverwamend Tanzania + waar een stewardess geen parfum voor mee heeft

De vlucht naar Tanzania is anders dan ik me had voorgesteld. Ik vlieg inmiddels ruim vijf jaar en ben al op divers Afrikaans grondgebied geweest, van Nigeria naar Oeganda, Zuid-Afrika en Kenia. En vandaag vlieg ik voor het eerst naar Tanzania in Oost-Afrika.

Iets na tienen in de ochtend vertrekken we zaterdag met de airbus A330-200 richting de eerste bestemming van die dag: Kilimanjaro. Acht uur en drie kwartier duurt de vlucht, dat is ruim twee uur langer dan de vlucht naar Lagos waar ik vorige week nog was. Daar bovenop komt nog de transit-stop en de vlucht van Kilimanjaro naar Dar es Salaam waar we om negen uur ’s avonds landen. Als alle 240 passagiers van boord zijn halen we onze koffers, stappen in de crewbus en komen rond tien uur ‘s avonds aan in het hotel. En dat had ik me vanochtend toen ik van huis ging niet bedacht! Tussen van huis wegrijden en in het hotel aankomen zit in mijn geval 16 uur, terwijl ik uitging van een uurtje of 11, 12 maximaal.

Safarigangers en ontwikkelingswerkers
Maar waarover ik me ook verbaasde die dag waren de passagiers. Op vluchten naar de eerder genoemde Afrikaanse bestemmingen is het merendeel van de passagiers van Afrikaanse afkomst en zie ik vrouwen in kleurrijke jurken die mooi contrasteren bij hun donkere huid, mannen in gekleurde gewaden, baby’tjes in draagzakken op de rug van hun moeder, grote hutkoffers vol weet-niet-wat. Vandaag zag het er ietsje anders uit. Safarihoedjes, mannen met gele afritsbroeken en vrouwen in rode broeken met wijde pijpen. Blanke huiden, grijze haren en Gandhi brillen domineren het beeld aan boord.

Ik hoef niet te twijfelen of ik wel op de goede vlucht zit, deze passagiers gaan zeker weten naar Afrika! Vakantiegangers op weg naar het Serengeti national park en de Ngorongoro-krater en ontwikkelingswerkers op weg naar hun project. Een heel ander soort passagiers dan waar ik me eerder die dag op had voorbereid.

De cateraar zat waarschijnlijk op dezelfde golflengte als ik, want de maaltijdkeus bestond uit vis of vegetarisch. Afrikanen houden wel van een visje, maar laten we nou vooral heel veel westerlingen aan boord hebben die massaal voor de vegetarische pasta kiezen. Would you like fish with rice or vegetarian pasta? Iedereen kiest veggie en om nog keus te houden verander ik van woordkeus. Would you like pasta or “white fish in Thai curry sauce”. Ik zou zelf dan wel zin in de vis krijgen maar de passagiers zijn niet gek… Ze vragen massaal “What comes with the pasta?” en ik probeer mijn antwoord zo simpel mogelijk te houden: some spinach, it’s vegetarian. Dan heb je toch zin in die vis! Maar nee…Pasta it is. Al snel zijn we door de pasta heen en krijgen de passagiers die nog geen maaltijd hebben ongewenst vis op het menu. We schrijven een brief aan de cateraar die hopelijk de volgende keer ‘gewoon’ voor kip en pasta kiest op deze bestemming!

Zoals al gemeld is het al laat en pikkedonker als we aankomen in Tanzania. In het hotel sluiten we de dag af met een koud drankje op het terras buiten. De temperatuur is nog ergens rond de 25 graden maar desondanks trek ik een lange broek en shirtje met lange mouwen aan, en de onbedekte lichaamsdelen smeer ik in met een laagje naar citroen ruikende DEET. Misschien licht overdreven want er is geen mug te zien, maar het voelt wel lekker veilig zo.

Zondag in Tanzania begin ik de dag met een verse kokosnoot en wat verse vruchten. Wat een luxe om zo aan te kunnen schuiven, en gezellig met collega’s te ontbijten. Hier in het hotel zou je vergeten dat je je in een derdewereldland begeeft en eigenlijk wil ik nog wel even wat van de omgeving zien. Na het ontbijt loop ik samen met een collega de straat op, er zou ergens een marktje om de hoek zijn maar na een uur wandelen denken we die niet meer tegen te komen. We lopen lekker door en verbazen ons over het groen langs de kant van de weg. Ik heb het gevoel in een botanische tuin te wandelen, waarbij er zo af en toe een knetterend brommertje of bajajis (soort tuktuk) voorbij scheurt.

Jambo, Mambo!
Iedereen op straat groet ons met een glimlach en roept ‘Jambo’ of ‘Mambo’. We glimlachen, en roepen ook vrolijk Jambo terug. Een enkeling zegt Karibu, `Welkom` in het Swahili. Ook dan lijkt Jambo! mij een prima antwoord. We proberen het verschil tussen Jambo en Mambo te achterhalen maar komen er zelf niet uit. We vragen het de ober bij het Sea Cliff Court, een hotel waar we even bijkomen en afkoelen met een ijskoude koffie onder een parasolletje. Mambo betekent dus ook wel zoiets als “what’s up?”. Wil je echt cool zijn dan antwoord je met ‘Poa’ of ‘Fresh!’, maar helaas vertelt onze vriend de ober dit er niet bij. Dit horen we pas op de terugreis aan boord van de purser die een studie Swahili aan het volgen is. Onthouden voor de volgende trip!

Helaas kan je op een 24-uurs stop geen goed beeld van een land krijgen, maar wat ik er van gezien heb is vooral mooi. Ik voelde me volkomen veilig op straat, mensen tonen je een warme glimlach, de gebouwen zijn goed onderhouden en alles ziet er netjes uit. Terug in het hotel duik ik gelijk het zwembad in, hopend hier wat verkoeling te vinden. Ik kom er bedrogen uit want het water had minstens de buitentemperatuur aangenomen en ik vind het geen succes. Inmiddels is iemand van het hotel al een bedje met handdoek voor me aan het klaarzetten op de plek waar ik mijn tas had neergelegd, naast een paar collega´s. Met een vriendelijke glimlach toont hij me een mooi plekje in de schaduw. Wow…ik ben wederom verrast door deze vriendelijke (en pro-actieve) service!

Terug naar Amsterdam
Om acht uur ’s avonds is het alweer ‘calling’ tijd. Voorslapen is me niet gelukt maar ik heb nog wel even twee uurtjes kunnen rusten met een boek en een lekker muziekje op mijn telefoon. De terugvlucht gaat rechtstreeks van Dar es Salaam terug naar Amsterdam en daardoor duurt deze ‘maar’ zo’n 9 uur en een kwartier. In de businessclass raak ik aan de praat met een vijftal dames die in Dar es Salaam wonen. Deze vrouwen hebben het goed, dat zie je aan alles, maar ook deze vrouwen hebben zo’n vriendelijke en hartverwarmende instelling dat ik er helemaal blij van word.

Nare luchtjes
Ik word verderop in het vliegtuig aangesproken door een man. Zijn achterbuurman heeft zweetvoeten en hij vindt de lucht niet te harden. Tja…wat doe je dan? Ik ruik inderdaad zweetvoeten en weet ook wie het veroorzaakt, maar daarnaast ruik ik ook her en der andere onprettige transpiratiegeuren. Niet gek als je je bedenkt dat het behoorlijk heet was op de luchthaven in Tanzania. Moet ik de passagier vragen zijn schoenen aan te doen? Dan hebben we nog steeds last van andere zweetluchtjes. Of kan ik de man die er last van heeft een andere stoel aanbieden? We hebben amper open stoelen dus dat laatste wordt lastig. Ook hierover communiceren is lastig want als ik met het ‘slachtoffer’ op 14A praat hoort en ziet ook de ‘veroordeelde’ op 15A wat ik zeg en doe. Fluisterend wordt me gevraagd of ik geen parfum bij me heb waarmee ik kan sprayen. Een stewardess zonder parfum bestaat niet dus ik zeg hem dat ik zijn vraag begrijp, maar vraag ook of hij begrijpt dat ik daar niet aan kan gaan beginnen. Alsof hij zich door mijn antwoord niet serieus genomen voelt zegt hij dat zijn buurman ook getuige is van de zweetvoeten. Alsof ik het zelf niet ruik! Ik geef de man nogmaals gelijk, het ruikt niet prettig. Ik zal een wc-verfrisser halen en deze stiekem sprayen. Hopelijk is het onderwerp nu klaar want ik vind het lastig hierover uitgebreid te praten terwijl er zo’n 50 cm afstand is tussen het ‘slachtoffer’ en de ‘veroordeelde’. Uiteindelijk is het voor de man nog niet goed en besluit hij demonstratief met een naar lavendel ruikende hot towel over zijn neus te gaan zitten. Ik hoop dat deze passagier voortaan een privé vlucht kan betalen, zodat hij kan voorkomen tussen de nare luchtjes in een vol vliegtuig met 240 passagiers te moeten zitten.

Verder zit er een vrouw aan boord waarbij er steeds een paar tranen over haar wangen rollen. Ze heeft twee weken in een weeshuis meegeholpen en is in die korte tijd geraakt door wat ze gezien heeft en weer heeft moeten achterlaten. Andere passagiers vertellen over hun bijzondere safari. Er zijn veel verhalen, maar na een paar uur vliegen liggen de meeste passagiers te slapen in hun stoel. De nacht is aangebroken en de lichten gaan uit… Om zeven uur landen we weer op Schiphol en zo´n twee uur later is het voor mij dan ook eindelijk bedtijd. Terwijl iedereen op maandagochtend zijn bed weer uit moet na het weekend, kruip ik er lekker in!